Vakantie Hongarije 2008
Heenreis : Strijen - Salzburg
Omdat we een lange reis voor de boeg hadden, een kleine 1000 km van Strijen naar Salzburg zijn we vroeg vertrokken op donderdag 24 juli. Oorspronkelijk
hadden we namelijk geen bezoek aan Salzburg gepland maar wilden we op zaterdag direct naar Wenen rijden. Maar om de drukte op de Duitse snelwegen op
vrijdag en zaterdag te vermijden zijn we twee dagen eerder vertrokken en hebben we een bezoek aan Salzburg in Oostenrijk ingelast. Even na 5 uur
's ochtends zijn we vertrokken, we hadden schitterend weer om te rijden en de eerste stop was rond een uur of acht in de buurt van Keulen om te
ontbijten. Na deze ontbijt stop zijn we doorgereden tot Nürnberg waar we op een parkeerplaats langs de snelweg hebben gelunched. Achter onze
auto parkeerde vervolgens een Golf met oververhitte motor. De chauffeur wilde water bijvullen, maar toen hij dat deed, 'ontplofte' het nieuwe water
direct als stoom wat hij in zijn gezicht kreeg, maar het viel gelukkig voor hem wel meer. Onze auto zat vervolgens onder het water met met koelvloeistof.
Die kunnen we binnenkort dus weer door een wasstraat rijden. Na München was het nog zo'n 100km tot de grens met Oostenrijk en vandaar is het
dan nog maar een klein stukje rijden naar Salzburg. De route door Salzburg naar ons pension schoot niet erg op. Veel verkeer en veel stoplichten.
Rond half zes waren we bij pension 'Nocksteinblick'. Na ons op de kamer te hebben geïnstalleerd zijn we met de auto op zoek gegaan naar een restaurant
waarna we terug in het pension vroeg naar bed zijn gegaan na een lange dag reizen.
Pension "Nocksteinblick" in Salzburg
Blik op de Nockstein vanuit onze kamer in het pensionSalzburg
Na het ontbijt in het pension zijn we naar Salzburg gereden waar we hebben geparkeerd op een parkeerterrein bij het Mirabell plein. Daar hebben we ook
een stadsrondrit geboekt van een uur. Daar werden we te woord gestaan door een Nederlandse mevrouw die zei dat we geluk hadden met het weer. Het was
voor het eerst in tijden droog. Volgens haar was het de afgelopen dagen verschrikkelijk slecht weer geweest in Salzburg. Het was weliswaar zwaar
bewolkt en weinig zon, maar in ieder geval droog. Voordat de rondrit begon hebben we een bezoek gebracht aan de Mirabell tuinen die bij het Mirabell
paleis horen. We hebben zo'n drie kwartier door deze schitterende tuinen gelopen en ook door de erbij horende dwergentuin met stenen beelden van dwergen.
Foto's van de Mirabell tuinen en de dwergentuin




Na de tuinen dus de rondrit die ons door de nieuwe en oude stad voerde. Salzburg dankt zijn naam aan het zout wat in vroeger tijden in deze streek werd
gevonden en het 'Witte Goud' werd genoemd. Extra bij de rondrit was een kort bezoek aan Leopoldskron en paleis Hellbrunn. Overal in de stad wordt je
herinnerd aan de film 'Sound of Music' die deels in deze stad en omgeving is opgenomen. Na de rondrit hebben we bij de Tourist Info een Salzburgkaart
gekocht en hebben we vervolgens het kabelbaantje naar het slot Hohensalzburg genomen. Vanaf het slot wordt een magnifiek uitziek over de stad en
omgeving geboden. De zon was inmiddels ook door de bewolking gebroken en begon het zelfs warm te worden. Ook hebben we het geboortehuis van Mozart
bekeken en speciaal voor Ciska de paardenfontein. Behalve Mozart zijn nog meer beroemdheden in Salzburg geboren zoals de dirigent Herbert von Karajan
en Cristian Doppler, de ontdekker van het Doppler effect. Omdat zaterdag de 26e de beroemde Salzburger Festspiele begonnen waren er veel toeristen in
de stad en zijn er overal podia opgesteld. We hebben ook nog een korte rondvaart over de Salzach rivier gemaakt die het nieuwe en oude deel van Salzburg
scheidt. Na de rondvaart zijn we terug gelopen naar de Mirabell tuinen waar Ciska zich nog even heeft vermaakt in de speeltuin alvorens we naar een
restaurant zijn gegaan. Na het eten hebben we koffie met taart genomen in een Konditorei gevestigd in het geboortehuis van Mozart en zijn we weer
terug gereden naar ons pension.
Slot Leopoldskron buiten Salzburg
Slot Hohensalzburg torent boven de stad uit
Blik op Salzburg aan de Salzach rivier
Een 8-persoons octopus fiets
Standbeeld voor de in Salzburg geboren componist Mozart
Straatje in het slot Hohensalzburg
Ciska op een koe in het slot Hohensalzburg
In het marionetten museum in het slot
Interieur van de dome van Salzburg
Uithangbord aan de muur van een winkel
Ciska bestudeerd de kaarft van Salzburg
Boot voor de rondvaart over de Salzach rivier
De volgende dag hebben we eerst nog een uitgebreider bezoek gebracht aan het slot Hellbrunn voor we naar Wenen zijn gegaan. Op weg naar het paleis zijn
we eerst naar de Gaisberg gegaan. Dit is een zo'n 1250 meter hoge top niet ver van het pension. Vanaf de top hadden we een schitterend uitzicht over
de omgeving. Jammer alleen dat het een beetje heiïg was. Gelukkig was het ook nu weer schitterend weer. Na wat te hebben gedronken bij een
cafeetje op de berg zijn we weer afgedaald vervolgens dwars door Salzburg heen naar het slot Hellbrunn om het waterspel te bekijken. Het slot Hellbrunn
is in de jaren 1613-1619 gebouwd door de aartsbisschop van Salzburg; Markus Sittikus von Hohenems. De naam Hellbrunn kreeg het door de bron die het slot
van helder water voorzag. Het slot is verder onder andere beroemd om de waterspelen die ook door de aartsbisschop zijn bedacht. De waterspelen
bestaan uit diverse fonteinen die op onverwachte momenten gaan spuiten. Opletten dus, anders wordt je nat. Maar daar valt eigenlijk niet aan te
ontkomen, let dus op dat je je camera beschermt tegen het water. De rondleiding begint bij een tafel waar de aartsbisschop feesten gaf. In de
stoelen zitten ook fonteinen en als iedereen tijdens de feesten in slaap was gevallen door de vele drank, drukte de aartsbisschop op een knop waardoor
de fonteinen gingen spuiten en alle gasten een natte broek kregen en direct weer wakker waren. Alleen in de stoel van de aartsbisschop zelf zat geen
fontein. Hij bleef dus droog. Tijdens de verdere rondleiding kom je langs diverse ander leuke dingen die met water te maken hebben en bij de meesten
zijn ook fonteinen die onverwacht gaan spuiten. Ze worden overigens in werking gezet door de gids bij de toer die één en ander verteld.
Erg leuke attractie en we kwamen er allemaal met enigszins natte kleren uit. Echt doorweekt wordt je er overigens niet van en als het warm is bieden ze
zelfs wel enige verkoeling.
Paleis Hellbrunn
Het mooie mechanische, door water aangedreven, theater
De tafel met de spuitende stoelen
Nog een waterspel in een grot
Ciska loopt door een haag van spuitende fonteinen
Eén van de vele kleine fonteinen in de tuin
Beeld in de enorme tuin van het paleis
Ciska op een stenen hond in de tuin
Vervolgens was het tijd om richting Wenen te vertrekken. Zo'n 300 km rijden vanaf het paleis. Des te dichter we bij Wenen kwamen des te bewolkter het
werd en onderweg hebben we diverse kleine regenbuien gehad. Rond 16:45 waren we bij ons pension en werden we welkom geheten door de eigenaars. We
hadden een leuk appartement boven in hun huis. Na ons te hebben geïnstalleerd zijn we nog naar een supermarkt gegaan om inkopen te doen voor het
avondeten en het ontbijt voor zondag en maandag.
Wenen
We zijn 2 dagen naar Wenen geweest. De eerste dag, zondag, zijn we naar de stad Wenen zelf geweest. De tweede dag zijn we de hele dag in slot
Schönbrunn geweest. Zondag zijn we eerst met de auto naar station Hütteldorf gereden om vandaar met de U-bahn naar de stad te gaan. In ons
geval lijn U4. Op het station hebben we een 48-uurs kaart gekocht voor 2 personen en een 2 dagen kaart voor een kind. Althans dat dachten we. Alleen
was het voor 2 volwassenen 20 euro en voor Ciska 1,70. Dat vonden we wel een groot verschil. Eenmaal aangekomen in Wenen bij de informatie balie in
het station nagevraagd en bleek onze kaart een 2 dagen kaart voor al het openbaar vervoer in Wenen te zijn en die voor Ciska een enkele reis. Maar in
de vakantietijd reizen alle kinderen tot 15 jaar gratis met het openbaar vervoer in Wenen. Na koffie te hebben gedronken de Tourist Info opgezocht voor
een hop-on hop-off stadsrondrit. Maar toen bleek dat tramlijn 1 ongeveer hetzelfde rondje doet en zijn we met de tram gegaan. We hadden tenslotte een
OV kaart. Op een gegeven moment zijn we uitgestapt om naar de St. Stephansdom te lopen, de belangrijkste kathedraal van Wenen. Na de buitenkant te hebben
bewonderd, die overigens in de steigers staat, zijn we naar binnen gegaan. We hadden geen zin in een audio tour dus we konden helaas niet heel de kerk zien.
Het operagebouw in Wenen
Gedeelte van het exterieur van de St. Stephansdom
Interieur van de St. Stephansdom
Neustädter altaar uit 1447 in de St. Stephansdom
Na het bezoek aan de kerk en een lunch zijn we met de U-bahn naar het Prater gegaan. Het Prater was oorspronkelijk een keizerlijk jachtgebied,
maar in 1766 is het door keizer Josef II opengesteld als recreatiegebied voor de inwoners van Wenen. Tegenwoordig is het een grote doorlopende kermis
met vele attracties. De bekendste is uiteraard het in 1897 geopende reuzenrad. Het rad is in totaal 64,75 meter hoog. Tijdens de oorlog is het rad
in 1945 door brand verwoest. Als symbool voor de wederopbouw was het rad al snel na de oorlog weer hersteld. Uiteraard hebben we een rondje in het rad
gedraaid. Bovenin wordt een magnifiek uitzicht over Wenen geboden. Na het rondje in het rad zijn we over de rest van de kermis gelopen en zijn we in
diverse attracties geweest, goedkoop is het overigens niet.
Mimespeler ergens in Wenen
Draaimolen in het Prater
Het beroemde reuzenrad in het Prater
Ciska in het reuzenrad
Uitzicht over Wenen vanuit het reuzenrad
Ciska op een pony
Ciska en Arjan samen in een bewegend huis
Ciska schiet met een duizelingwekkende vaart omhoog
We hebben een paar uur in het park doorgebracht alvorens met de U-bahn terug te gaan naar
het centrum om met de tram naar het Hundertwasser Haus te gaan. Dit bizarre complex is een creatie van de in 2000 overleden schilder Friedensreich
Hundertwasser. Het gebouw is bewoond en is daarom alleen aan de buitenzijde te bezichtigen. Na deze wonderlijke creatie te hebben bekeken hebben we
een restaurant gezocht om te eten om vervolgens vermoeid terug gegaan naar ons appartement.
Foto's van het Hundertwasserhaus in Wenen




Maandag hebben we de gehele dag in en bij slot Schönbrunn doorgebracht. Net als zondag met de auto naar station Hütteldorf en vandaar met de
trein naar station Schönbrunn gegaan. Het was opnieuw een warme bloedhete dag, de koperen ploert stond brandend aan de hemel. We hebben gedurende de
hele dag dan ook vele liters vocht naar binnen gewerkt. In het slot hebben we de Classic tour gedaan. Eerst een rondwandeling door 40 kamers in het slot.
Helaas mochten er binnen geen foto's worden gemaakt. Na de binnen bezichtiging was de rest van de Classic tour buiten. Als eerste de kroonprins tuin
bekeken. Vanaf een soort platform kon je van bovenaf de tuin bewonderen. Vervolgens door de paleistuin gewandeld naar de Gloriette aan de andere kant
van het terrein. De Gloriette was de favouriete plaats van Maria Theresia, zij ging er regelmatig ontbijten. Vanaf de Gloriette, die hoog op een heuvel
ligt, heb je een fraai zicht over de kasteeltuin, het kasteel en de stad Wenen die daarachter ligt. Met het treintje zijn we daarna terug gegaan naar
de ingang waar bij de bakkerij een demonstratie Apfelstrüdel bakken werd gegeven. Het was moeilijk te volgen, maar we hebben het recept meegekregen.
Daarna met het treintje terug naar de Gloriette en zijn we naar de dierentuin gegaan. Dit is de oudste dierentuin ter wereld uit 1752. Omdat we maar
anderhalf uur meer hadden tot de sluiting hebben we ons beperkt tot het bekijken van dieren die in Nederlandse dierentuinen niet te zien zijn zoals de
grote pandabeer, de koalabeer en de ijsbeer. Na sluiting van de dierentuin zijn we nog naar het doolhof gegaan. Dat was nog een half uur open tot
7 uur. Toen hadden we het wel gehad en zijn op zoek gegaan naar een restaurant. We kwamen uit bij een Italiaans restaurant vlak bij het station vanwaar
we na het eten zijn terug gegaan naar de auto waarmee we de laatste kilometers naar het appartement hebben afgelegd.
Ingang van het slot Schönbrunn
Een deel van de Kroonprins tuin
De Gloriette light bovenop een heuvel
Zicht op het slot door de fontein onderaan de heuvel
Zicht op het slot, de tuinen en Wenen vanaf de Gloriette
Jonge pandabeer in de dierentuin bij het slot
Koala knuffelbeer in de dierentuin
Ciska in één van de doolhoven bij het slotNaar Hongarije
Na nog een bezoek aan de supermarkt zijn we na het ontbijt vertrokken om naar de eigenlijke bestemming van deze vakantie, Hongarije, te gaan.
Via de Oostenrijkse A1, A21 en A4 zijn we naar de Oostenrijks/Hongaarse grens gereden waar we rond half één aankwamen. Als eerste hebben
we voor 20 euro een 31 dagen snelweg vignet gekocht. Bij een restaurantje hebben we wat gegeten voor we verder gingen, je kan merken dat we weer in
een voormalig Oostblokland zijn, alles is ineens een stuk goedkoper. Via de Hongaarse M1 zijn we richting Boedapest gereden. De weg was praktisch leeg
op wat vrachtwagens na, dus met de cruise control op 130 zoefden we snel op de Hongaarse hoofdstad af. De temperatuur nam gestaag toe en lag de hele
rit rond de 30 graden. Onze eerste Hongaarse bestemming, Szentendre, ligt ten noorden van Boedapest. Helaas was de rondweg ronde Boedapest nog niet af,
dus om in Szentendre te komen moesten we dwars door Boedapest heen. Dat kostte wel weer erg veel tijd. Toen we eenmaal door de stad heen waren was het
nog een 20 km naar camping Pap-Sziget waar we tegen 4 uur aankwamen. We hadden een klein hutje, wel met een aparte slaapkamer voor Ciska, met een klein
keukentje en een douche/toilet ruimte. In het huisje was het erg warm, maar gelukkig had het een terrasje in de schaduw waar een tafel met stoelen en
een bankje stonden. Ook is er een groot zwembad, een restaurant en een speeltuintje. Er blijken erg veel Nederlanders op de camping te staan. Omdat we
nog geen Hongaars geld hadden zijn we naar Szentendre gereden om op zoek te gaan naar een geldautomaat en een supermarkt. Szentendre is een bekend
kunstenaarsdorp en er liepen dan ook veel toeristen rond. Uiteindelijk hebben we ergens een bank gevonden en konden we onze eerste 20.000 Forinten (HUF)
trekken, dat is +/- € 80,-. Weer terug op de camping hebben we gegeten en de rest van de avond op het terras gezeten.
Ons huisje op de camping in Szentendre
Ciska in de kleine speeltuin bij de camping
Ciska in het zwembad bij de campingSzentendre en Esztergom
De volgende dag zijn we begonnen met een bezoek aan Szentendre zelf. Deze kunstenaarsplaats is geheel op de toerist gericht, vol met souvenier stalletjes
en galerieën. Szentendre is de grootste Servische stad van Hongarije, de Serviërs vluchtten hierheen voor de Turken na de Slag bij Kosovo Polje
in 1389 en de slag bij Belgrado in 1690. Rond 1920 trokken veel Serviërs weer weg en maakten plaats voor kunstenaars. Terwijl we zo door het stadje
liepen zagen we een marsepein museum. Daar zijn we naar binnen gegaan. Er staan veel bijzondere dingen die allemaal van marsepein zijn gemaakt, zoals
bijvoorbeeld de uitbeelding van diverse sprookjes en 'schilderijen' van bekende (Hongaarse) personen. Ook dingen uit het dagelijks leven zijn in
marsepein nagemaakt zoals een koets, een lokomotief en manden met fruit en vis. Er was uiteraard ook een winkeltje bij waar marsepein in allerlei
uitvoeringen kon worden gekocht. Na nog een kort bezoek te hebben gebracht aan de Belgradokerk zijn we naar Esztergom aan de grens met Slowakije gereden.
Esztergom is bekend door zijn enorme basiliek. Deze grootste kathedraal van Hongarije is gebouwd tussen 1822 en 1869. Achter het altaar in de kerk hangt
een kopie van het schilderij 'Maria Hemelvaart' van Titiaan, het grootste schilderij ter wereld. Na het bezoek aan de basiliek hebben we wat gegeten
akvorens we weer terug zijn gereden naar de camping terug te gaan zodat Ciska nog naar het zwembad bij de camping kon. Daar is ze samen met Arjan nog
een paar uur heen geweest. Tijdens het avondeten zagen we dat een auto met 4 jongeren erin over het pad tussen de camping en de rivier reed en daar
parkeerde. Wat ze daar gedaan hebben werd niet duidelijk, maar toen ze een paar uur later weer vertrokken bleek dat ze de auto te ver van de helling
af hadden gereden en niet meer op eigen kracht op het pad konden komen en ook langzaam richting rivier (Donau) gleden. Uiteindelijk riepen ze de hulp in
van iemand anders om ze uit de modder te trekken.
Het centrale plein in Szentendre
Blik op de Belgrado kerk in Szentendre
Levensgrote Michael Jackson van marsepein
Geheel van marsepein, kistje met vis
Om op te eten: Roodkapje en de boze wolf
En een fruitmand
Ook de kerststal is vereeuwigd in marsepein
De enorme basiliek van Esztergom
Hilleke en Ciska bij één van de enorme pilaren van de basiliek
Het schilderij 'Maria Hemelvaart' van Titiaan
Schitterende plafond schildering in de basiliek
Blik in de koepel
Uitzicht bij de basiliek over Esztergom en de Donau
Arjan komt van een trap af in EstergomBoedapest
Voor donderdag stond een bezoek aan de hoofdstad van Hongarije, Boedapest, op het programma. Met de auto zijn we naar het station van Szentendre
gereden om daar de sneltram te nemen naar het centrum van Boedapest, een ritje van zo'n 40 minuten. Eénmaal aangekomen in Boedapest zijn we
naar de funiculaire gelopen die ons naar de top van de burchtheuvel in de wijk Boeda bracht. Boedapest bestaat uit 2 delen, Boeda aan de ene kant van de
Donau is heuvelachtig en aan de andere kant van de rivier ligt het vlakke Pest. Eenmaal op de burchtheuvel aangekomen hebben we daar rondgelopen en
de diverse gebouwen bewonderd alsmede van het uitzicht over de stad genoten. Nadat we gelunched hadden zijn we bij de Tourist Info binnengelopen om
navraag te doen naar een rondrit met een hop-on hop-off bus. We hebben er een ruim 2 uur durende busrit geboekt waar ook nog een 1 uur durende boottocht
over de Donau bijzit. De bus voerde ons langs de belangrijkste bezienswaardigheden in zowel Boeda als Pest. Na afloop van de rondrit hebben we nog de
St. Stefans basiliek bekeken (alleen van buiten) en door een paar winkelstraten gelopen waarna we zijn gaan eten. We zaten nog maar net op het terras
of het begon zachtjes te regenen en we hoorden het ook onweren. Toen het wat harder begon te regenen zijn we toch maar naar binnen gegaan. Na het eten
zijn we naar de kade gelopen vanwaar de boottocht zou beginnen. Om 19:45 vertrokken we voor de 1 uur durende rondvaart. Tijdens een groot deel van
de tocht regende het zachtjes en bleef het ook onweren. Tegen het einde begon het al donker te worden en zagen we hoe de belangrijkste gebouwen langs
de Donau verlicht zijn. Het was inmiddels ook gestopt met regenen en we zijn over de beroemde Kettingbrug terug gewandeld naar Boeda. Daar hebben we
voor het laatste stuk naar het station de tram genomen vanwaar we de trein terug hebben genomen naar Szentendre.
De Calvinistische kerk
De Kettingbrug over de Donau
Wisseling van de wacht bij het paleis op de burchtheuvel
De regerings gebouwen aan de Donau
Standbeeld op de burchtheuvel
De Leeuwenpoort op de burchtheuvel
De schitterende synagoge
De St. Stefansbasiliek
Beeldenpartij op het Plein van de Helden
Mozaïek op de gevel van de Turkse bankVia Hollókö naar Tarcal en Hajdúböszörmény
Op vrijdag 1 augustus, Arjans 44e verjaardag hebben we na de felicitaties en cadeautjes Boedapest verlaten en zijn we richting het oosten van
Hongarije gereden. De rondweg rond Boedapest is nog niet af, dus om de rivier over te steken moesten we weer dwars door de stad heen. Op onze
weg naar Tarcal, onze volgende overnachtingsplaats zijn we een stuk van de weg afgeweken om een bezoek te brengen aan het plaatsje Hollókö.
Hollókö is het enige plaatsje in de wereld dat in zijn geheel op de werelderfgoedlijst staat. In het dorp en de omgeving wonen de Paloc,
een volk met een eigen taal die alleen hier gesproken wordt. De bewoners lopen ook nog vaak in een karakteristieke klederdracht rond. We hebben een
rondje door het dorp gelopen en diverse winkeltjes bekeken. In een pottenbakkerszaakje zag Hilleke een leuke bloempot, maar er zaten wat beschadigingen
op. Toen ze vroeg of er nog meer waren, pakte de man een viltstift om de beschadigingen bij te werken. Daar namen we geen genoegen mee en zijn de
winkel weer uit gegaan. Vervolgens hebben we een restaurant opgezocht op wat te gaan eten. Daar kozen we iets van de snelle kaart, maar er was een
probleem in de keuken en het duurde 3 kwartier voor we het kregen. We hadden al een paar keer gevraagd waar het bleef en juist toen we besloten om
maar weg te gaan werd het gebracht. Na het eten wilden we nog de burcht in Eger bezoeken, maar het was al laat door het eten en toen we gingen tanken
duurde ook het afrekenen erg lang omdat er een probleem met de credit card leek te zijn en de communicatie daarover erg moelijk ging. Uiteindelijk
besloten we om Eger Eger te laten en via de snelweg naar Mikolc te gaan en vandaar via lokale wegen naar Tarcal. Aan het eind van de middag waren we
in Hotel Grof Degenfeld. Het zwembad was al dicht dus beloofden we Ciska dat we morgen voor vertrek nog even gingen zwemmen. Omdat we geen zin hadden
om op zoek te gaan naar een restaurant hebben we in het hotel gegeten.
Straatje met karakteristieke huizen
Het kleine kerkje
Wat bloemen langs een hekje
Een aantal bewoners in traditionele Paloc klederdracht
Na een goede nachtrust hebben we heerlijk ontbeten, daarna zijn we zoals we Ciska hadden beloofd naar het zwembad bij het gegaan. We moesten om 12
uur uit de kamer zijn, dus hadden we haar gezegd dat we tot 11:30 zouden zwemmen. Maar toen het zover was besloten we om de spullen uit de kamer te
halen en vast in de auto te laden en langer in het zwembad te blijven en alleen onze kleren mee te nemen naar het zwembad. Ook omdat de afstand
naar de volgende plaats niet zo ver rijden was. We besloten dus om verder deze dag verder een rustdag te hebben.
Foto's van Hotel Grof Degenfeld en het zwembad in Tarcal




Het was dus al na 2 uur voor we ons gingen omkleden om vervolgens te vertrekken voor de 1,5 uur durende rit naar Hajdúböszörmény.
Daar waren we rond 4 uur bij de Castrum Thermal Camping. We hadden een appartement in het hoofdgebouw. Na installatie zijn Arjan en Ciska naar het
zwembad gegaan, Hilleke heeft nog een was gedaan en is boodschappen gaan doen in het stadje. Behalve een gewoon zwembad is er ook een thermaalbad met
bronwater van zo'n 35 graden. Er is zowel een overdekt als een open thermaal bad en ook nog twee zwembaden met gewoon water. Na het eten zijn Hilleke
en Ciska nog ruim een uur gaan zwemmen, er was namelijk avondopening van het zwembad van 21:00 tot middernacht.
Appartementencomplex van de Castrum Thermal Camping in Hajdúböszörmény
Het overdekte thermaalbad bij de camping
Het gewone zwembad
En de kleine speeltuin bij de campingHortobágy National Park
De volgende dag besloten we om een bezoek te brengen aan het Hortobágy National Park, niet zo heel ver bij de camping vandaan. Tegen elf uur waren
we in het park en hebben we over een marktje gelopen en de oudste brug van Hongarije bekeken, de Negenbogen brug van Hortobágy. Na wat te hebben
gedronken, hebben we bij de Tourist Info kaartjes voor een paardenshow op de poesta gekocht. Daarna zijn we gaan eten en vervolgens hebben we het
bezoekerscentrum van het Hortobágy National Park bezocht. Ook hebben we, voordat het tijd was naar de paardenshow te gaan, het herdersmuseum
bekeken. Alles is daar in Hortobágy op loopafstand van elkaar. Alleen naar de paardenshow zijn we met de auto gegaan. We vonden het te ver om
met deze hitte 3 km te gaan lopen. Omdat we te vroeg waren zijn Arjan en Ciska eerst in de stallen naar de paarden gaan kijken. Tegen 4 uur zijn we naar
het verzamelpunt gelopen waar we even later werden opgehaald door een aantal wagens met ieder 2 paarden ervoor. Het was niet echt een paardenshow, meer
een rondrit over de beroemde Hongaarse poesta waarbij ons een aantal van de dieren die specifiek voor dit gebied zijn werden getoond. We kregen onder
andere diverse paarden, Racka schapen, Hongaarse grijze koeien, waterbuffels, ezels en Mangalica varkens te zien. Deze laatste zijn varkens met lange
krulharen. In totaal duurde de rondrit een kleine 2 uur. Bij terugkomst hebben we, voordat we terug reden naar Hajdúböszörmény,
nog even bij het vogelopvangcentrum gekeken waar zieke en aangereden vogels worden verzorgd. Er zijn vooral veel ooieveaars te zien.
Traditionele schaapskooi op de Hongaarse poesta
De oudste brug van Hongarije, de Negenbogen brug bij Hortobágy
Ciska bij het bezoekerscentrum van het Hortobágy National Park
Met paard en wagen een tocht over de poesta gemaakt
De Hongaarse grijze koeien met hun grote hoorns
De paarden worden geleerd om dood te kunnen liggen
Ook Ciska (net als de andere kinderen) mocht een stukje op een paard rijden
Het bijzondere behaarde Mangalica varken
Ooievaar in vogelopvangcentrum in Hortobágy
Overzicht van het vogelopvangcentrumRondje oosten van Hongarije
De laatste dag in het oosten van Hongarije hebben we een rondrit langs een aantal plaatsen in de regio gemaakt. Als eerste zijn we naar
Nyíregyháza gegaan waar we het Kossuthplein en het stadhuis Városháza hebben bekeken. We wilden ook nog de Grieks
Katholieke kerk bekijken, maar helaas was na de deur een hek met glas dat gesloten was, dus we konden niet echt naar binnen. Vanaf
Nyíregyháza zijn we naar Máriapócs gereden. De weg daarheen gaat door een bos, opeens zagen we langs de weg een vrouw
staan, even later zagen we er nog één uit het bos komen en even verder liep er weer één langs de weg. We hadden het idee
dat het hier om zogenaamde boshoeren gaat. In Máriapócs zag men in de Grieks Katholieke kerk in 1696 tranen op een icoon van de Maagd
Maria. Daarop ging het icoon naar de St. Stephanskerk in Wenen en kwam in de kerk in Máriapócs een kopie te hangen. Ook deze kopie heeft
2 maal gehuild, in 1715 en 1905. Daarop werd Máriapócs een bedevaartsoord waar jaarlijks een miljoen katholieken naar toe gaan. De
kerk is schitterend van binnen en het icoon is duidelijk aanwezig. Ook in een aantal van de gebrandschilderde ramen is het icoon afgebeeld.
De volgende halte op onze rondrit was Nyírbátor. Deze plaats wordt in verband gebracht met de wrede familie Báthony die er in
de middeleeuwen de scepter zwaaide. Behalve dat ze er een spoor van moord en doodslag achterlieten lieten ze er ook twee kerken bouwen waaronder de in
1480 gebouwde katholieke kerk. Deze is echter in 1587 door rondtrekkende Roemeense Walachen op één van hun rooftochten zwaar beschadigd.
Pas in 1720 is de kerk weer gerestaureerd. Aan deze kerk hebben we een bezoek gebracht en de fraaie houten altaren bekeken. De tweede kerk, de
calvinistische kerk hebben we niet bekeken. Onze volgende stop deze rondreis was het plaatsje Szatmárcseke aan de grens met Oekraïne.
In deze plaats is een unieke begraafplaats te vinden waar ongeveer 2 meter hoge, op boten lijkende, grafzerken staan. Vermoedelijk een overblijfsel
van de oude Fins-Oegrische gewoonten om doden in boten te begraven. Op deze begraafplaats is ook het graf van de dichter Ferenc Kölcsey (1790-1838)
te vinden, deze dichter woonde in Szatmárcseke en is de maker van het Hongaarse volkslied. Overigens bleek later dat het kerkhof met de
bootvormige zerken toch niet zo uniek was. Ook de begraafplaats van 'onze' woonplaats Hajdúböszörmény bleek dergelijke zerken
te hebben. In het plaatsje Türistvandi, niet ver van Szatmárcseke, hebben we de watermolen bekeken. Deze werd vroeger gebruikt voor het
malen van graan. De molenaar maakte ons duidelijk dat hij binnen 10 minuten de molen zou laten draaien, daar hebben we dus even op gewacht zodat we
één en ander nog in werking konden zien binnen. Dat was op zich wel interresant om ze zien. Na dit bezoek zijn we weer terug gereden
naar onze camping omdat we Ciska nog even wilden laten zwemmen. Maar de terugreis duurde langer dan verwacht dus uiteindelijk konden we maar een
kwartier zwemmen voor het zwembad sloot.
Stadhuis Városháza in Nyíregyháza
Het Korona Hotel in Nyíregyháza
Het Kossuthplein in Nyíregyháza met op de achtergrond de Grote Katholieke kerk
Tram in een parkje in Nyíregyháza
De gesloten Grieks Katholieke kerk
Door het glas konden we dit interieur zien in de Grieks Katholieke kerk
Interieur van de in 1696 gebouwde Grieks Katholieke kerk in Máriapócs
Icoon van de huilende madonna in de kerk van Máriapócs
Schitterend beschilderd plafond in de kerk
Eén van de vele hoten altaren in de katholieke kerk in Nyírbátor
Nog zo'n houten altaar in diezelfde kerk
Een aantal van de bootvormige zerken op het kerkhof in Szatmárcseke
'Boot' van dichtbij gezien
Het praalgraf van de dichter Ferenc Kölcsey
Raderen van de watermolen in Türistvandi
Deel van het mechaniek in de watermolenNaar Görgeteg
De volgende zijn we vroeg omdat we nog een lange reis voor de boeg hebben. Na het ontbijt zijn we om kwart over 10 vertrokken. In tegenstelling tot de
vorige dagen was het deze dag een stuk koeler. De thermometer in de auto kwam de hele reis amper boven de 20 graden uit. Via de M35 en de M3 zijn we
eerst naar Boedapest gereden. Volgens de kaart zouden we met de M0, de rondweg rond Boedapest, vanuit het oosten om de stad naar het zuiden moeten kunnen
gaan naar de 6. Maar deze aansluiting bestaat nog niet en we hebben wat rond gereden voor we dit hadden uitgevonden. Er wordt rond de stad nog volop aan de
diverse snelwegen gebouwd. Uiteindelijk moesten we dus opnieuw dwars door de stad heen om aan de zuidkant te komen en dat heeft anderhalf uur gekost. Het
was erg druk en verschrikkelijk veel stoplichten. Daarna hadden we nog het deel van de M6 dat al klaar was en vervolgens verder over lokale wegen. Precies
om 6 uur kwamen we bij de camping Azúr Lepke in Görgeteg aan. We werden hartelijk verwelkomd door Jose die ons onze gastenkamer liet zien en een
rondleiding over de kleine camping gaf. De camping was dit jaar (2008) voor het eerst open, maar het lijkt nu (2023) niet meer te bestaan. Onder het genot
van een bak koffie heeft ze ons het één
en ander over de omgeving verteld en wat we de komende dagen allemaal zouden kunnen gaan doen. Ciska heeft nog een tijd met Irene, de andere gastvrouw,
doorgebracht in de speelruimte met de sjoelbak, ping-pong tafel en het voetbal spel. Ook hebben ze nog samen gebatmintond. Irene was direct al helemaal weg
van Ciska en Ciska ook van haar.
Het gastenverblijf op camping Azúr Lepke in Görgeteg
De veranda voor onze kamer op de camping
De enorme blauwe vlinder (Azúr Lepke) op de muur van het gastenverblijf
Ciska op de schommel in de kleine speeltuin van de campingNagyatád
De volgende dag zijn we naar Nagyatád gegaan, een plaats niet ver van Görgeteg. Bij de Tourist Info wat info over de plaats en de omgeving
opgehaald. Naar aanleiding van deze informatie hebben we een korte wandeling door Nagyatád gemaakt. Bij een bakker hebben we wat broodjes gekocht
voor de lunch om op te eten bij onze volgende stop. Dat was waar Nagyatád bekend om is, namelijk zijn beeldenpark dat even buiten de stad ligt.
Foto's van Nagyatád




Daar aangekomen hebben we de auto in de schaduw geparkeerd en werden we direct door een kunstenaar van het plaatselijke houtsnijderscollectief begroet.
Dit collectief heeft het beeldenpark opgezet om dit ambacht in stand te houden. De kunstenaar gaf ons een korte rondleiding door het expositie gebouw en
langs een aantal beelden in het park. In het park staan 64 houten beelden, van hele kleine tot hele grote. Omdat de beelden worden beschouwd als levende
voorwerpen mogen ze worden aangeraakt en mogen kinderen er zelfs op klimmen. Na de korte rondeleiding hebben we onze broodjes gegeten en hebben we zelf nog
door het uitgebreide park gewandeld.
Foto's van het beeldenpark nabij Nagyatád
Hoofdgebouw met expositieruimte
Ciska geeft een houten beeld een hand
Korte rondleiding met een kunstenaar over het park






Na deze boeiende tuin zijn we naar het Petesmalom otterpark gegaan. Via een zandweg waar we nog hertjes zagen kwamen
we bij het park. De dame daar sprak alleen Hongaars en met moeite kon ze ons het één en ander vertellen. In dit park zijn naast de Europese
otter ook diverse vogel- en vissoorten te zien, alsmede diverse kikkers. De dame liep eerst een stukje met ons mee naar een plas water waar twee otters
zitten. Ze had een paar visjes bij zich en nadat ze de otters had geroepen liet één van hen zich zien. Nadat ze hem een visje had toegeworpen
was hij echter al weer snel onder water verdwenen. Daarna wees ze ons nog de kooi waarin een aantal ooievaars zaten. Die hebben we echter al zoveel gezien
deze vakantie dat het niet echt boeiend meer is, behalve dan dat er naast twee witte ooievaars ook een zwarte ooievaar zit. Vervolgens hebben we een
wandeling langs de diverse meertjes in het park gemaakt om de overige dieren te bewonderen. Maar vogels zijn er in dit jaargetijde niet zo veel en zo midden
op een warme dag laten ze zich ook niet zo snel zien. Veel vogels hebben we dus niet gezien. Na hier meer dan een uur te hebben gewandeld zijn we weer terug
gegaan naar de camping. 's Avonds zijn we op aanraden van Jose bij een restaurant in Nagyatád gaan eten.
Foto's van het Petesmalom otterpark
Een otter kijkt je vragend aan
Overzicht over één van de vele meertjes in het park
In het park staan ook een aantal vogelobservatietorensSiklós en boottocht op de Dráva
De zuidelijkste stad van Hongarije is Siklós, niet ver van de grens met Kroatië. De burcht in deze stad was onze bestemming voor de volgende
dag. In eerste instantie waren we naar Barcs gegaan voor een boottocht over de rivier de Dráva in het Duna-Dráva National Park. Maar na
wat ronddwalingen konden we niets vinden en zijn naar Siklós gereden. In het kasteel zijn diverse ruimten te bezichtigen. Onder ander de vroegere
gevangenis, kerk en een martelkamer. Ook is er een museum, een tentoonstelling over handschoenen, een klein wassenbeeldenmuseum, een wijnmuseum en een
kamer met jachttroffeeën. We hebben zo'n anderhalf uur door het kasteel rondgelopen. Daarna zijn we naar de Tourist Info in Siklós gegaan
om navraag te doen naar boottochten op de Dráva. Omdat het betaald parkeren was is alleen Hilleke naar binnen gegaan en zijn Arjan en Ciska in de
auto gebleven. Toen Hilleke weer terug was zijn we naar Drávaszabolcs gereden aan de grens met Kroatië, de Dráva vormt hier namelijk de
grens tussen Hongarije en Kroatië. We zagen de grenspost al op de brug tussen beide landen, maar geen boot. Maar net voor de brug was er een klein
weggetje met een bord met een boot er op en daar zijn we ingereden. Inderdaad was er aan het einde een kade met een boot. Maar verder was daar niemand.
Er was wel iemand van het Duna-Dráva National Park die ons wist te vertellen dat de boot alleen voor groepen vaart en niet op vaste tijden. Hij
heeft voor ons de eigenaar gebeld en wist ons daarna te vertellen dat er om 3 uur een groep zou komen waar we nog wel mee mee konden. Het was nu 2 twee
uur en we hadden nog geen lunch gehad, dus zijn we in dat uur naar Harkány gegaan en hebben bij een bakker broodjes gekocht en ter plekke opgegeten.
Daarna terug naar de boot waar inmiddels meer leven was te bespeuren. De eigenaar vertelde eerst iets in het Hongaars over de rivier, voor ons in het
geheel niet te volgen. Aan die taal valt werkelijk geen touw vast te knopen. Maar even later vertelde hij het ons kort in het Duits. Even na 3 uur vertrokken
we. Dit gebied van de rivier is 40 jaar verboden gebied geweest als grensgebied tussen Hongarije en het toenmalige Joegoslavië. Dit heeft een positief
effect gehad op de natuur, deze kon zich hier ongestoord, zonder enige menselijke invloed, ontwikkelen. Daardoor ziet de natuur er woest uit en heb je het
idee dat je door de jungle in het Amazonegebied vaart. Helaas lieten zich ook vandaag maar weinig vogels zien, alleen wat aalscholvers. Op de plaats waar de
rivier ophoudt grens te zijn en Kroatië in gaat zijn we omgekeerd en terug gevaren naar het begin punt. Vandaar zijn we terug gereden naar de camping.
Ingang van het kasteel in Siklós
Binnenplaats van het kasteel
Uitzicht vanaf het kasteel over de omgeving
Jachttrofeën in de jachtkamer van het kasteel
In het kasteel bevindt zich ook een martelkamer
Boottochtje over de Dráva, links Hongarije, rechts Kroatië
Ciska op de boot
Ciska en Arjan op de bootNaar Balatonfüred
De afstand van Görgeteg naar Balatonfüred is niet zo groot en omdat we pas vanaf 3 uur in het huisje op de camping kunnen had het weinig zin om
vroeg op te staan en vroeg te vertrekken. Dus rustig opgestaan, ontbeten en ingepakt. Rond 12 uur afscheid genomen van Jose en Irene en vervolgens zijn we
vertrokken. De reis ging voorspoedig en eenmaal bij het Balatonmeer aangekomen was er ook een snelweg. Daar zijn we echter weer snel afgegaan om in een
restaurant ergens aan het meer te lunchen. Daar maakten we ook direct kennis met het toeristische gekkenhuis aan het Balatonmeer. Na de lunch hebben we het
meer overgestoken met de veerpont naar Tihany en eenmaal aan de overkant van het meer waren we al snel bij de camping. We waren mede naar deze camping
gekomen omdat hier ook Manon, een vriendinnetje van Ciska, met haar ouders en broer Jelle verbleef. Bij het inchecken zagen we Jelle al en nadat we onze
spullen uit de auto hadden geladen in het huisje zijn we naar hun huisje gelopen. Daar hebben we de rest van de middag gezellig gezeten en 's avonds hebben
we nog met z'n allen bij één van de vele restaurants op de camping gegeten.
De veerpont over het Balatonmeer
Veel watersport op het Balatonmeer
Ons huisje op de camping in Balatonfüred
Ciska en ManonVeszprém en kasteel Kinizsi
Op de eerste dag bij het Balatonmeer hebben we wat plaatsjes in de omgeving bezocht. Dit omdat de Manon en haar familie een dagje naar Boedapest waren en
Ciska dus toch niet met haar kon spelen. Het weer was niet zo mooi als we gewend waren. De afgelopen nacht had het ook behoorlijk geregend en ge-onweerd.
Als eerste zijn we naar Veszprém gereden, niet zo ver van Balatonfüred. Deze stad is het eerste bisdom van het land en eeuwenlang de zetel van
de koninklijke huishouding. Het is één van de belangrijkste steden van Hongarije. We zijn naar de burcht op een heuvel in de stad gegaan waar
we wat hebben rondgelopen. Na wat te hebben gegeten, wat erg lang duurde, hebben we nog de brandtoren beklommen. Terwijl we op de toren stonden en genoten
van het uitzicht over de stad, begon het te regenen. Dat zat er al een tijdje aan te komen, de lucht zag er al een tijdje erg grijs uit. De volgende stop
was het kasteel Kinizsi in Nagyvázsony, niet ver van Vezprém. Een 13e eeuws fort met een 29 meter hoge donjon. Vanaf het dak van deze
woontoren hadden we ook weer een mooi uitzicht over de omgeving. Na nog ruim een uur door de restanten van het grote kasteel te hebben rondgelopen zijn we
terug gegaan naar de camping.
De poort die toegang geeft tot de burchtwijk van Veszprém
Net voor de poort staat dit beeld van 'Meisje met kan', ook wel 'Zsuzsi' geheten
Ciska bij een fontein bij de burchtpoort
Schilderingen op de muur van de Piaristenkerk in de burchtwijk
Ingang van het bisschoppelijk paleis
Ciska en Arjan kijken in de wensput bij het bisschoppelijk paleis
Uitzicht vanaf de burcht over de Benedek heuvel
De brandtoren van Veszprém
Het stadhuis van Veszprém
De indrukwekkende, 29 meter hoge, donjon van kasteel Kinizsi in Nagyvázsony
Ciska op het schavot in het martelmuseum in de kelder van het kasteel
Zicht op de restanten van het kasteel gezien vanaf de donjon
Hilleke en Ciska op de trap naar de kerk van het kasteel
Van de vroeger ongetwijfeld brede slotgracht is maar een mager stroompje meer overTihany
Zondag 10 augustus hebben we een dagje niets gedaan. We hebben heel de dag lui op de camping doorgebracht en in de buurt van ons huisje van het uitzicht
over het Balatonmeer genoten. Ciska heeft bijna de hele dag met Manon opgetrokken in het zwembad en bij het strandje gespeeld. 's Avonds zijn we met z'n
allen naar Balatonfüred gelopen om daar te gaan eten. Na het eten hebben we nog wat langs het haventje over de pier gewandeld alvorens terug te
wandelen naar de camping.
Arjan en Ciska spelen badminton
Manon en Ciska op het strandje
De volgende dag zijn we naar het dorpje Tihany gegaan op slechts een paar kilometer afstand van de camping. We hebben de auto geparkeerd en zijn verder gaan
wandelen door het plaatsje met zijn vele souvenierwinkeltjes. Ook hebben we de barokke kerk en het ernaast gelegen benedictijnen klooster bekeken. Er is ook
een klein museum. Na nog wat dingen te hebben bekeken hebben we geprobeerd de kluizenaars grotten te vinden op de oostelijke wand van de berg
Óvár. Er is een wandelpad naartoe vanuit het dorp, maar met de huidige temperaturen hadden we niet veel zin in lange wandelingen in de hitte.
Op het kaartje van de Tourist Info zagen we dat we er via het dorpje Gödrös redelijk dicht in de buurt zouden moeten kunnen komen. Na wat
ronddwalingen in het dorpje, er stonden geen bordjes, hebben we de auto ergens geparkeerd en zijn gaan lopen. Al snel hadden we het pad gevonden en binnen
een paar honderd meter waren we bij de grotten. Grieks-Orthodoxe kluizenaars hebben hier van de 11e tot 14e eeuw grotten in de bergwand gehakt waaronder
hun slaapvertrekken, een eetkamer en uiteraard een kapel. Volgens het kaartje moest er een paar honderd meter nog een grot zijn. Arjan en Ciska zijn daar
nog naar op zoek gegaan. De tweede grot hebben ze niet gevonden, wel de volgens het kaartje verder gelegen Ciprián bron, de enige bron van het
schiereiland Tihany. Na deze wandeling zijn we terug gegaan naar de camping.
Foto's van Tihany en omgeving
De benedictijner kerk
Het altaar in de benedictijner kerk
Muurschildering in het klooster naast de kerk
Het beeld 'Echo' in het park
De 'Calvary', de stenen met inscripties symboliseren het lijden van Christus op weg naar het kruis
Eén van de kluizenaars grotten op de berg Óvár
Nog één van de grotten
Blik in één van de grotten
De Ciprián bron, de enige bron van het schiereiland Tihany
Zicht vanaf de berg Óvár op de camping
Eenmaal terug op de camping hebben we nog een waterfiets met glijbaan gehuurd en hebben daarmee nog een uur over het meer gewaterfietst en ook nog in het
meer gezwommen. Het is heerlijk water om in te zwemmen, niet zo koud als in het zwembad. 's Avonds zijn we bij de pizzeria op de camping gaan eten, daar
zat ook Manon en haar familie weer. Na het eten hebben we op het terras bij hun huisje nog wat gedronken en de kinderen hebben nog een uur een skelter
gehuurd en over het terrein van de camping gereden.
Waterfietsen op een Ferrari met glijbaan
Ciska vondt het helemaal geweldigTapolca
Met Manon en de rest van haar familie hadden we afgesproken om de volgende dag 's ochtends de grot in Tapolca te gaan bekijken. Tapolca ligt op een klein
uurtje rijden van de camping. Nadat we bij de grot een kaartje hadden gekocht moesten we nog een tijdje wachten voor we met een gids de grot in konden.
Deze grot is bij toeval aan het begin 20e eeuw ontdekt toen men een bron aan het graven was. De grot is in feite een groot onderaards meer met allerlei
gangen. Toen we eindelijk de grot in gingen vertelde de gids een heel verhaal in het Hongaars, voor ons dus niet te begrijpen. Na dit lange verhaal zijn
we naar de bootjes gelopen. Daar moesten we opnieuw een tijd wachten voor we aan de beurt waren. Je kan maar met maximaal 4 personen in een bootje en je
moet zelf door de gangen roeien. Het water was erg helder, soms ondiep, some weer behoorlijk diep. De vaartocht was niet zo lang en de grot valt verder
ook wel tegen, het is geen druipsteengrot. Je vaart alleen door de gangen die door het water in het gesteente zijn uitgesleten. Na de vaartocht was er nog
een korte wandeling door een ander deel van de grot. Ook daar wederom geen stalagtieten of stalagmieten. Al met al dus wel een beetje een tegenvaller deze
grot. Toen we er uit gingen stond er een lange rij wachtenden, tot ver voor de ingang. Deze mensen moeten minstens een uur wachten voor ze aan de beurt zijn
en dan staat ze toch wel een tegenvaller te wachten. Zeker als je zo lang in de rij hebt gestaan. Na de grot hebben we met z'n allen nog wat gedronken en
daarna zijn we ieder ons eigen weegs gegaan. Wij hebben nog een klein uurtje door Tapolca gewandeld en hebben de watermolen bekeken. Deze ligt bij een mooie
vijver met veel vissen en er is ook een speeltuin. Dit is een mooi deel van Tapolca om wat te wandelen of om even rustig te zitten in de schaduw van een boom.
Foto's van de grot van Tapolca
Je vaart zelf in een stalen boot door de gangen
Behalve het zeer heldere water is er weinig moois te zien in de grot

De grot zelf is in het geheel niet boeiend
Lange rijen bij de ingang van de grotFoto's van Tapolca
Blik op het centrum
Beeldje 'De Prinses' van Marton László
Beeldengroep 'De vier Jaargetijden' ook van Marton László
'De zomer' van 'De vier Jaargetijden'
De 200 jaar oude watermolen is tegenwoordig een hotel
De molenvijver is een heerlijke plaats om even lekker uit te rusten
Het heldere water van de vijver zit vol met vissen
Bij de vijver is ook een kleine speeltuin te vinden
Na het bezoek aan Tapolca zijn we op zoek gegaan naar de basaltkolommen in de bergen, beetje vergelijkbaar met de Giants Causeway in Noord-Ierland. Maar we
konden er helaas niet dicht bij komen. Toen de auto niet verder op het steile steenpad wilde zijn we verder gaan lopen in de hoop er dichter bij te kunnen
komen. Op een gegeven moment kwamen we bij een groot open veld waar een klein kerkje werd gebouwd. Toen we stonden te bedenken wat we verder zouden doen
kwam er een pater op ons afgelopen. Behalve Hongaars sprak hij alleen een beetje Frans en Hilleke kon zich met moeite verstaanbaar maken. Toen ze vroeg
of hij water had, dat hadden we namelijk niet meegenomen, nam hij ons mee naar zijn huisje en gaf ons een fles water. Daarna zijn we weer terug gegaan naar
de auto en vervolgens naar de camping. Onderweg hebben we bij een stalletje nog wat fruit gekocht en dat op de camping als lunch gegeten.
Dichter bij dan dit konden we de basaltkolommen niet benaderen
Schitterend uitzicht over de omgeving, in de achtergrond het Balatonmeer
Het huisje van de vriendelijke pater
Druiventrossen hingen er in overvloed
Eenmaal terug op de camping zijn Ciska en Manon zijn vervolgens naar het zwembad gegaan. We hebben 's avonds gegeten in één van de restaurants
op de camping. Daarna bij een ander café nog een afscheidsborrel gedronken. En hebben Ciska en Manon hebben weer een skelter gehuurd, nu een
2-persoons versie, en over de camping rondgereden. Na de borrel hebben we alvast het meeste van de bagage ingepakt zodat we de volgende ochtend niet
veel meer hoefden te doen.
Ciska en Manon samen op een 2 persoons skelterTerugreis naar Bornheim
Woensdag 13 augustus, de dag dat we Hongarije weer gaan verlaten en langzaam gaan terugrijden richting Nederland. Onderweg terug blijven we nog een paar
dagen bij Gabi, een vriendin van Hilleke, en haar gezin in Bornheim-Roisdorf, een klein plaatsje in Duitsland tussen Keulen en Bonn. Omdat we ons niet willen
haasten hebben we besloten om daar niet in 1 keer heen te rijden maar in 2 dagen en onderweg ergens te overnachten. We zijn redelijk vroeg opgestaan en na
de laatste dingen te hebben ingepakt zijn we rond half 11 van de camping vertrokken. Via lokale wegen zijn we naar Györ gereden en daar zijn we de
snelweg op gegaan richting Oostenrijk. Net voor de grens hebben we onze laatste Hongaarse forinten terug gewisseld. Het weer werd overigens steeds minder
des te verder we van de camping afkwamen. In Oostenrijk was de lucht zwaar bewolkt en het was er ook niet zo warm als in Hongarije, net boven de 20 graden.
Toen we een paar weken terug uit ons appartement in Wenen vertrokken liet de heer des huizes ons een alternatieve route langs de Donau zien van Krems naar
Melk. Omdat we vandaag toch ruim de tijd hadden voor onze reis besloten we deze omweg te nemen en de A1 te verlaten om via de S33 naar Krems te rijden en
vandaar via de 3, ook wel de 'Romantikstraße' geheten, weer terug te gaan naar de A1. Inderdaad een mooie weg langs de Donau. Eenmaal terug op de A1
verliep de rest van de reis door Oostenrijk voorspoedig en al snel passeerden we de grens naar Duitsland. We wilden ergens tussen de grens en Regensburg
overnachten en we besloten ons geluk te beproeven in het plaatsje Deggendorf. Dat bleek niet zo eenvoudig. Een aantal pensions waar we langs gingen was vol,
het bleek dat in Deggendorf het Europees kampioenschap softball voor junior dames werd gehouden en daarom alle hotels etc. vol geboekt waren. Van
één hotel kregen we een naam en adres van een pension in Metten, niet ver van Deggendorf. De eigenaar heeft zelfs nog voor ons gebeld om
te informeren of er een kamer vrij was. Vervolgens naar het kleine plaatsje Metten gereden en al snel hadden we het pension gevonden. Nadat we waren
ingecheckt wilden we wat gaan eten, het was inmiddels al acht uur, maat alle restaurants waren al dicht, het enige restaurant wat nog open was, was
de pizzeria waar we dan ook gegeten hebben.
Lunchen aan de Romantikstraße langs de Donau
Veerpont op de Donau
Omdat Gabi pas om 6 uur thuis zou zijn konden we niet voor die tijd in Bornheim aankomen en moesten we wat bedenken om de tijd door te komen zodat we niet
te vroeg in Bornheim zouden zijn. Op aanraden van de dame in het pension hebben we het klooster van Metten, tegenover het pension, en de bijbehorende tuin
bekeken. De kerk van het klooster was er één van een orde wat je niet zou verwachten in zo'n klein dorp. Een schitterend barok interieur.
Na de kerk en de bijbehorende tuin, die overigens niet zo mooi was als de dame van het pension ons wilde doen geloven hebben we koffie gedronken en bij een
bakkerij hebben we wat broodjes gekocht om onderweg op te eten als lunch. Daarna zijn we weggegaan en hebben onze weg richting Bornheim vervolgd.
Foto's van het klooster van Metten
Zicht vanuit de tuin op het klooster van Metten
Het zwaar barokke interieur van de kerk
Plafondschildering in de kerk
Eén van de altaren in de kerk
Het navigatiesysteem gaf aan dat we 16:15 zouden arriveren als de reis verder zonder al te veel problemen zou verlopen en we moesten dus nog iets verzinnen
om 2 uur door te brengen. Ergens tussen Regensburg en Nürnberg zagen we zo'n bruin toeristenbord langs de snelweg met vermelding van de druipsteengrot
van Velburg en we besloten die te bezoeken. Met bordjes werd duidelijk de weg aangegeven en al snel waren we bij de König Otto Tropfsteinhöhle.
We moesten nog wel zo'n 300 meter lopen en bij aankomst begon juist de rondleiding van half één. De volgende zou pas weer om half twee gaan.
Snel kaartjes gekocht en we konden nog mee. Deze grot was een tenminste een echte druipsteengrot, veel mooier dan de tegenvaller in Tapolca. De dame die
ons rondleidde wees ons allerlei dingen aan zoals een olifant, nijlpaard, uil, de toren van pisa, madonna met kind, etc. Ook diverse sprookjes zoals het
dwergenbos en de zeven dwergen van Sneeuwwitje. Ze deed het erg leuk, ook voor kinderen, alleen uiteraard wel alles in het Duits. In het eerste deel van de
grot is alles zwart omdat vroeger de rondleidingen met fakkels en kaarsen ging en daardoor het hele plafond in de grot zwart is van het roet. In het tweede
deel, wat pas in de jaren 70 van de vorige eeuw ontdekt is is alle druipsteen nog wit. De rondleiding duurde een uur en daarna hebben we op een bankje op de
parkeerplaats onze lunch gegeten waarna we de reis weer vervolgd hebben. Aan de A3 wordt veel gewerkt dus de rest van de reis hadden we vaak een 'Baustelle'
die veel vertraging opleverden. Bij de verkeersinformatie hoorden we van een file voor Keulen van 16 kilometer en besloten daarom bij Wiesbaden al de Rijn
over te steken en verder te gaan over de A61. Uiteindelijk waren we pas om 8 uur 's avonds bij in Bornheim.
Foto's van de König Otto Tropfsteinhöhle bij Velburg
Ingang van de grot
Het oude, zwarte deel van de grot


Paardrijden
Toen we de volgende morgen opstonden was iedereen, behalve Gabi, al naar werk of school. Samen met Gabi hebben we ontbeten, boodschappen gedaan en de
winkeltjes van Bornheim verkend. Eénmaal terug hebben we buiten gelunched waarna we naar de paarden van Gabi zijn gegaan. Gabi geeft namelijk therapie
aan gehandicapte kinderen door ze op paarden te laten rijden. Gabi moest die middag nog werken, maar we zijn eerder gegaan zodat Ciska ook nog even op een
paard kon rijden. Voor we bij de paarden waren zijn we ook even bij de schapen van Martin gaan kijken, hij heeft tegenwoordig 5 schapen en die staan niet
ver bij de paarden vandaan. Nadat Ciska er één had gevoerd zijn we naar de paarden gegaan. Ciska heeft het paard waar ze op ging rijden
geborsteld en daarna heeft ze met Gabi een paar rondjes door de wei gereden.
Ciska bij de schapen en paarden van Gabi




Königswinter
Na het paardrijden zijn we naar Königswinter gegaan, niet zo ver van Bornheim. Eénmaal daar aangekomen hebben we de auto geparkeerd bij de
tandradbaan de Drachenfels op. Bij het informatiepunt aldaar hebben we combi tickets gekocht voor het treintje en het pas geopende Sea-Life aquarium. Daar
zijn we als eerste heen gegaan. We hebben een uurtje door het aquarium gelopen langs onder andere de Rijn, een bergbeek, Atlantis en de Vliegende Hollander.
Foto's van het Sea-Life aquarium in Königswinter




Na het bezoek aan het aquarium zijn we terug gelopen naar het station van de tandradbaan, een wandeling van zo'n 5 minuten. We moesten even wachten tot het
treintje vertrok en daarna waren we in een paar minuten op de top van de Drachenfels. Eénmaal boven hebben we bij het gedateerde restaurant in typisch
donkere, jaren 60/70, stijl wat gedronken. Daarna zijn we verder omhoog geklommen naar de ruïne van het kasteel bovenop de berg. Nadat we nog van het
uitzicht hadden genoten, het was erg helder weer en konden dus ver kijken zijn we weer naar beneden gegaan en terug naar Bornheim gereden. Daar waren Gabi
en Martin inmiddels al bezig met de voorbereidingen voor de BBQ voor die avond.
Ciska in het treintje naar de Drachenfels
Zicht vanaf de Drachenfels over de Rijn
De kasteelruïne op de Drachenfels
BBQ op de laatste in avond in Bornheim
Ciska vouwt de servettenTerugreis naar Strijen
Na van iedereen afscheid te hebben genomen zijn we rond half elf de volgende dag uit Bornheim vertrokken voor de laatste rit van deze vakantie terug naar
huis. De reis liep verder voorspoedig, de afstand Bornheim-Strijen is niet zo heel groot, zo'n 260 km en na een rit van 2,5 uur waren we even na 1 uur
's middags weer thuis. Het einde van een mooie vakantie in Hongarije met eigenlijk alleen maar mooi weer en slechts een paar korte regenbuien in Boedapest
en Vezprém.